Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeBeleidsbegrotingParagrafenParagraaf 10 : 3-Decentralisaties

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Paragraaf 10 : 3-Decentralisaties

Inleiding

Met ingang van 2015 krijgen de gemeenten belangrijke nieuwe verantwoordelijkheden en taken op het gebied van Wmo, jeugd en participatie (werk). Net als in het overgrote deel van het land hebben de gemeenten in Holland Rijnland deze decentralisatie van overheidstaken aangegrepen om het sociale domein te herontwerpen. De transformatie moet worden volbracht met substantieel lagere budgetten. De door het rijk beschikbaar gestelde middelen zijn te gering om zonder ingrijpende aanpassingen de taken op te kunnen pakken. De decentralisaties kunnen echter gebruikt worden als katalysator om een noodzakelijke herinrichting, samen met instellingen en burgers, mogelijk te maken. Het Jeugd en Gezinsteam (JGT) en het Sociaal Team Leiderdorp (STL) geven mede vorm aan deze herinrichting. Samen Leiderdorp staat daarbij voor de samenwerking om vanuit de eigen mogelijkheden van de burger met elkaar vorm en inhoud te geven aan de participatie en zorg in de samenleving. We leggen de nadruk nog meer op preventie en organiseren de zorg zo dicht mogelijk bij de burger. We vertrouwen daarbij op de deskundigheid en het inzicht van de professional. Dit is alleen mogelijk als de gemeente de sturing en de regie in toenemende mate loslaat, in het vertrouwen dat de eigen kracht van de burger en de professionaliteit van de hulpverlener zal leiden tot een effectievere en efficiëntere besteding van de beschikbare middelen. Met instellingen zullen afspraken worden gemaakt over het leveren van maatwerk, volgens de systematiek één gezin, één plan, één regisseur. Doordat veel nieuw is en we gedurende de komende jaren veel ervaringen zullen opdoen is het op voorhand niet altijd mogelijk betrouwbare prestatie-indicatoren te benoemen of te ontwikkelen, op basis waarvan we kunnen meten of we onze doelen bereiken. Momenteel wordt hierover nog druk nagedacht, evenals over nut en noodzaak van het hebben van deze prestatie-indicatoren. Er is om die reden voor gekozen om in deze begroting de oude prestatie-indicatoren, voorzover zij geen toegevoegde waarde (meer) hebben, niet meer op te nemen. Zodra we in het komende jaar nieuwe indicatoren hebben ontwikkeld, zullen we hiervan vanzelfsprekend (tussentijds) mededeling doen, door middel van informatieavonden.

Met de herinrichting van het sociaal domein zullen de oude en nieuwe budgetten van het sociaal domein samen vloeien. Het zal dan ook niet mogelijk zijn om bij het opmaken van de rapportages in 2015 en verder de oude lasten van de nieuwe lasten te onderscheiden. Zolang de uitkeringen in de Algemene Uitkering als integratieuitkering aangemerkt worden, zal wel een onderscheid in de ontvangen bedragen van het Rijk gemaakt kunnen worden.

De financiële risico's hebben we eveneens in beeld gebracht. De belangrijkste risico's zijn verwerkt in een risicomatrix, waarvan de grootste zijn opgenomen in paragraaf 2 van deze begroting. Aan de risico's hebben we beheersmaatregelen gekoppeld. Het college zal hier bij voortduring op sturen en regie op voeren. De risico's op de drie decentralisaties zijn groot en het college vraagt dan ook aandacht voor het versterken van de reserves op het sociale domein.

Financiën
In de mei- en septembercirculaires zijn gemeenten geïnformeerd over de uitkeringen in het gemeentefonds. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten en daarom voor een belangrijk deel bepalend voor de financiering van de gemeentelijke taken en doelstellingen, ook op het terrein van de drie decentralisaties. Naar de circulaires is reikhalzend uitgekeken, aangezien de gemeenten hierin de lang verwachte duidelijkheid zouden krijgen.
In de meicirculaire werd nog gemeld dat de middelen zouden worden toegevoegd aan het deelfonds sociaal domein, dat onderdeel zou uitmaken van het gemeentefonds. De middelen zouden uitsluitend (in ieder geval tot 2018) mogen worden besteed aan jeugd, Wmo en participatievoorzieningen. Inmiddels hebben de gemeenten in een brief van de rijksoverheid te horen gekregen dat het sociaal deelfonds niet wordt ingesteld. Gemeenten zijn onder voorwaarden vrij de middelen te besteden. Wel monitort de rijksoverheid de bestedingen van de gemeenten op bovengenoemde terreinen.

In de meicirculaire is aangekondigd dat er ten aanzien van de vaststelling en verdeling van de participatiemiddelen wordt gewerkt aan een nieuw objectief verdeelmodel, dat met ingang van 2015 gebruikt gaat worden. De uitkomsten van deze verdeling worden in het najaar 2014 bekend gemaakt. In de achterliggende jaren zijn de middelen voor participatie voor de gemeente Leiderdorp al zienderogen afgenomen en het ligt dus ook in de lijn der verwachtingen dat de middelen eerder zullen dalen dan stijgen. Voorts is reeds langer duidelijk dat de rijksbijdrage voor de Wsw de komende jaren verder zal dalen. Daar staat tegenover dat gemeenten extra middelen tegemoet kunnen zien voor de instroom van de mensen die voorheen vielen onder de Wajong en Wsw. Voorts zullen gemeenten middelen krijgen voor de inzet van het instrument loonkostensubsidie, dat mede van belang is bij de realisatie van de banen op grond van de banenafspraak (voormalig garantiebanen). De omvang van deze extra middelen is op moment van schrijven nog niet bekend.

Met betrekking tot jeugd is in de meicirculaire duidelijk geworden dat het budget verder naar beneden is bijgesteld. Er heeft een herverdeling op basis van historische gegevens plaatsgevonden, waardoor de in december 2013 aangekondigde middelen voor Leiderdorp € 300.000 lager uitvallen. De gemeenten die op basis van de historische herverdeling door de ondergrens zakten hebben conform de garantieregeling in ieder geval 95% van de middelen van december 2013 gehouden. Leiderdorp is dus evenals tal van andere gemeenten in Holland Rijnland nadeelgemeente. De gemeenten in Holland Rijnland hebben in het kader van het verzekeringsmodel gekozen voor onderlinge solidariteit. Dit betekent dat het nadeel van € 300.000 op dit moment wegvalt, aangezien alle gemeenten in Holland Rijnland samen het transitiearrangement financieren. Wel blijft het risico bestaan, dat als het solidariteitsprincipe wordt losgelaten, dit in het nadeel van onder andere onze gemeente kan uitpakken. Voorts blijft het risico bestaan dat het totaal beschikbare budget voor het transitierarrangement niet toereikend zal zijn. Deze risico's zijn, evenals andere risico's op het gebied van de drie decentralisaties, in beeld gebracht. Door middel van het waarderen en het treffen van beheersmaatregelen wordt op deze risico's gestuurd.

In de meicirculaire is duidelijkheid verkregen over de Wmo-budgetten die beschikbaar komen voor de nieuwe taken die de gemeente heeft gekregen. Ook deze middelen zijn ten opzichte van een eerdere raming door de rijksoverheid bijgesteld. In januari 2014 is aan de hand van een voorlopige inzage in het macrobudget een doorrekening voor Leiderdorp gemaakt. Deze doorrekening, zoals die is opgenomen in de kadernota, moet nu naar beneden worden bijgesteld. Het rijk heeft op basis van zoveel mogelijk actuele data van 2013 een herberekening gemaakt. Voor Leiderdorp leidt dit tot een nadeel van € 586.926. Met deze extra bezuiniging van 15% als gevolg van de herverdeling van de budgetten was vanzelfsprekend nog geen rekening gehouden. In de begroting is uitgegaan van het principe dat het beschikbare budget leidend is en dat de voorgenomen bezuinigingen op de Wmo daadwerkelijk worden gerealiseerd. Indien het budget ontoereikend mocht blijken te zijn of de bezuinigingen niet worden gerealiseerd zullen beheersmaatregelen worden genomen of worden voorgelegd. Er komt in ieder geval in het komend jaar een forse druk te staan op het Wmo voorzieningenniveau. Er valt niet uit te sluiten dat in een verder perspectief harde maatregelen moeten worden genomen. De septembercirculaire laat zien dat het beschikbare budget met nog eens 10% naar beneden wordt bijgesteld als gevolg van herverdelingseffecten. Ook deze bijstelling pakt voor Leiderdorp nadeliger uit dan voor haar buurgemeenten.

Daarnaast is in de meicirculaire een bezuiniging op de huishoudelijke verzorging opgenomen van ongeveer € 700.000. Aangenomen mag worden dat deze bezuiniging, ondanks alle maatregelen die al in voorbereiding zijn of reeds zijn genomen, in 2015 nog niet kan worden gerealiseerd. Tekorten in de jaarschijf zullen in eerste instantie worden opgevangen binnen de reserve. Inmiddels zijn vanuit de rijksoverheid extra middelen toegezegd om de gevolgen voor de arbeidsmarktparticipatie te dempen. Er komt geld beschikbaar om instellingen tijdelijk te helpen om te wennen aan lagere tarieven en minder volume. Wel moet de instelling dan voldoen aan de ontwikkelopgave om de organisatie zo in te richten dat op een relatief korte termijn wel kan worden volstaan met de beschikbare middelen/prijsstelling.

Tot slot is in de begroting een kostenstaat opgenomen met betrekking tot de kosten die de extra taken in het kader van de drie decentralisaties met zich meebrengen. Deze kosten zijn met de wetenschap van dit moment verfijnd en zo concreet mogelijk gemaakt. Hiermee is gewacht tot de mei- en septembercirculaires bekend waren, aangezien de verwachting was dat hierin ook uitvoeringskosten zouden meekomen. In de beide circulaires zijn echter nagenoeg geen uitvoeringsmiddelen opgenomen. De incidentele kosten die als gevolg van de transitie op het gebied van Wmo binnen het Wmo-loket worden verwacht, worden net als de andere incidentele implementatiekosten ten laste gebracht van het 3D transitiebudget. Mocht eind 2014 blijken dat dit budget ontoereikend is, zal begin 2015 een voorstel voor een implementatiebudget aan de raad worden voorgelegd.

Uitgaven voorzieningen WMO

 

inc/struct

2015

2016

2017

2018

W1. Hulp bij het huishouden

s

1.879.000

1.879.000

1.879.000

1.879.000

W2. Overige maatwerkvoorzieningen

s

1.400.111

1.376.445

1.370.469

1.370.469

W3. Taakststelling HBH/overige voorzieningen

s

-917.000

-1.217.000

-1.217.000

-1.217.000

Totaal uitgaven exploitatie WMO

2.362.111

2.038.445

2.032.469

2.032.469

Uitgaven n.a.v. transitie WMO

 

W4. Mantelzorg (compliment)

s

70.000

70.000

70.000

70.000

W5. Sociaal team Leiderdorp

s

177.500

177.500

177.500

177.500

W6. Begeleiding

s

3.122.441

3.271.572

3.180.681

3.171.857

W7. Financiële maatwerkvoorziening

s

216.000

216.000

216.000

216.000

W8. Toezichthoudende ambtenaar WMO

s

35.000

35.000

35.000

35.000

W9. Ict

s

-

15.000

15.000

15.000

W10. Onderhoudskosten/beheer ICT

s

18.750

18.750

18.750

18.750

W11. Uitbreiding Beleidsformatie WMO

s

52.500

52.500

52.500

52.500

W12. Meerkosten SP71

s

pm

pm

pm

pm

Totaal uitgaven n.a.v. transitie WMO

3.692.191

3.856.322

3.765.431

3.756.607

Totaal tabel uitgaven voorzieningen WMO

 

6.054.302

5.894.767

5.797.900

5.789.076

Dekking exploitatie begroting WMO

2015

2016

2017

2018

62201 wmo huishoudelijke verzorging excl. uren

s

1.160.984

1.160.760

1.160.536

1.160.536

65201 Wet Voorziening Gehandicapten

s

1.400.111

1.376.445

1.370.469

1.370.469

Inning eigen bijdrage HBH

s

225.000

135.000

135.000

135.000

Inning eigen bijdrage overige voorzien

s

28.002

55.058

54.819

54.819

Totaal dekking exploitatie WMO

2.814.097

2.727.263

2.720.824

2.720.824

Dekking n.a.v. transitie WMO (sociaal deelfonds)

 

Begeleiding

s

3.122.441

3.271.572

3.180.681

3.171.857

Inning eigen bijdrage begeleiding

s

156.122

163.579

159.034

158.593

Totaal dekking n.a.v. transitie WMO

3.278.563

3.435.151

3.339.715

3.330.450

Totaal dekking WMO

 

6.092.660

6.162.414

6.060.539

6.051.274

 

 

2015

2016

2017

2018

Resultaat WMO

s

38.358

267.647

262.639

262.198

Hulp bij het huishouden en overige maatwerkvoorzieningen (W1,W2 en W3)­
Vanaf 2015 wordt een rijksbezuiniging doorgevoerd van inmiddels 33% (voorheen 40%) op de hulp bij het huishouden (HbhH). Deze bezuiniging is vertaald in een taakstelling van € 917.000 in 2015 die oploopt naar € 1.217.000 voor 2016 en de overige jaren. De taakstelling is hoger dan is opgenomen in de notitie Invoering Wmo 2015 omdat daar in de uitgaven voor Hulp bij het huishouden per ongeluk ook de personeelslasten (€ 117.000) zijn meegenomen. De bezuiniging wordt niet sec op HbhH gedekt, maar door maatregelen te nemen op meerdere individuele maatwerkvoorzieningen. Deze maatregelen betreffen: het vragen van een eigen bijdrage op alle individuele maatwerkvoorzieningen, voorzieningen algemeen gebruikelijk verklaren en meer oplossen binnen eigen sociaal netwerk.

Mantelzorgcompliment (W4)­
Het onder de AWBZ bestaande 'Mantelzorgcompliment' wordt vanaf 1 januari 2015 afgeschaft. Het mantelzorgcompliment is momenteel gekoppeld aan de indicatie van de cliënt waarvoor de mantelzorger zich inzet. De Sociale Verzekeringsbank betaalt het compliment van € 200 uit aan de mantelzorger. Gemeenten ontvangen voor het vormgeven van een mantelzorgcompliment een bedrag binnen de transitie Wmo. De koppeling met de AWBZ indicatie vervalt, hierdoor zouden veel meer mantelzorgers binnen de Wmo in aanmerking komen voor een compliment. In samenwerking met de mantelzorgondersteuningsorganisaties zal gekeken worden op welke wijze we invulling kunnen geven aan de waardering van mantelzorgers.

Sociaal team Leiderdorp (W5)­
Het Sociaal team Leiderdorp (STL) wordt de nieuwe toegang met vragen op het terrein van ondersteuning en welzijn. Het doel van het STL is om inwoners te laten participeren en zo zelfredzaam mogelijk te worden of te blijven. Het STL voert taken uit zoals: informatie en advies, biedt lichte ondersteuning, signaleert ondersteuningsvragen, stelt ondersteuningsarrangementen op samen met de hulpvrager en coördineert de ondersteuning en draagt bij aan het versterken van de eigen kracht en buurtkracht. Een groot deel van de kosten van het STL wordt gedekt uit bestaande subsidiemiddelen. Voor de coördinator, sociaal innovator en projectkosten zijn extra middelen aangevraagd in de notitie 'Invoering Wmo 2015, van transitie naar transformatie''(vastgesteld 14 juli 2014).

Begeleiding (W6)­
Vanaf 1 januari 2015 wordt de gemeente verantwoordelijk voor nieuwe taken binnen de Wmo. Deze nieuwe taken bevatten: begeleiding individueel of in groepsverband (dagbesteding), vervoer naar of van dagbesteding en kortdurend verblijf. Daarnaast moet uit het zelfde budget kosten gedekt worden voor cliëntenondersteuning, doventolk, inloopfunctie GGZ en telefonische hulplijn. Het is nog onduidelijk of het budget dat overkomt toereikend zal zijn voor het uitvoeren van deze taken. Getracht wordt om met de afspraken die gemaakt worden binnen het beschikbaar gestelde budget te blijven. Dit staat onder druk door de overgangsregeling voor AWBZ cliënten en het feit dat nieuwe werkwijze niet direct ingeruild kan worden voor oud. Een transitie kent een periode waarin geïnvesteerd moet worden om deze op langer termijn terug te verdienen.

Financieel maatwerkvoorziening (W7)­
Het regeerakkoord voorzag in de afschaffing van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Compensatie Eigen Risico (CER). De regelingen hebben naar het oordeel van het kabinet niet het effect dat wordt beoogd: namelijk compenseren van meerkosten ten gevolge van chronische ziekte of handicap voor mensen die het echt nodig hebben. Gemeenten ontvangen middelen waarmee zij zelf kunnen beslissen op welke wijze zij chronisch zieken en gehandicapten financieel willen compenseren voor de meerkosten. In Holland Rijnland is een notitie geschreven waarin verschillende opties zijn aangegeven. De optie waarin sprake is van een collectieve aanvullende verzekering, waarin een groot deel van de meerkosten kan worden verzekerd, wordt verder uitgewerkt.

Toezichthoudende ambtenaar (W8)­
De Wmo 2015 (artikel 5.1) spreekt over een toezichthoudende ambtenaar die verantwoordelijk is voor het toezien op de uitvoering van de Wet en het kwaliteitsbeleid. In subregionaal verband zal een ander voorstel worden uitgewerkt om hier zo efficiënt en effectief mogelijk uitvoering aan te geven.

ICT kosten (W9, W10)­
Voor het uitvoeren van de nieuwe taken en het STL zullen nieuwe ICT systemen moeten worden ontwikkeld en/of aangeschaft. Voor de afschrijving en het onderhoud van deze systemen zijn kosten opgenomen.

Uitbreiding beleidsformatie Wmo­
Alle nieuwe taken kunnen niet alleen met de bestaande beleidsformatie worden uitgevoerd. De transitie is met ingang van 1 januari formeel een feit, maar de transformatie van het sociaal domein zal nog enkele jaren voortduren. Hiervoor is extra beleidsformatie opgenomen.

Meerkosten SP71­
In de ondersteuning bij verordeningen, contracten, juridische aangelegenheden zal ook in de komende jaren wellicht een beroep moeten worden gedaan op extra ondersteuning van SP71. Hiervoor zullen we rekening moeten houden dat we voor dit meerwerk extra kosten zullen maken. Getracht wordt deze zoveel mogelijk binnen de bestaande afspraken op te vangen.

Uitgaven en dekking Jeugdhulpverlening

 

 

2015

2016

2017

2018

J1. regionaal specialistische hulp en opdrachtgeverschap

s

4.448.297

4.405.933

4.256.874

4.283.450

J2. JGT:

 

a. Voorlopige budgetraming inzet JGT (regionaal deel)

s

871.179

811.627

784.167

789.062

b. PGB

s

263.129

259.387

250.612

252.177

c. Reservering inzet Kwadraad

s

30.000

29.573

28.573

28.751

d. Coördinator

s

15.000

14.787

14.286

14.376

e. Baliemedewerker

s

10.000

9.858

9.524

9.584

f. Inzet lokale behoefte

s

26.629

26.250

25.362

25.521

g. Deskundigheidsbevordering

s

20.000

19.716

19.049

19.168

J3. ICT Jeugd

s

-

15.000

15.000

15.000

J4. Onderhoudskosten/beheer ICT

s

18.750

18.750

18.750

18.750

J5. Uitbreiding Beleidsformatie Jeugd

s

52.500

52.500

52.500

52.500

J6. Meerkosten SP71

s

pm

pm

pm

pm

Totaal uitgaven Jeugd

5.728.828

5.663.381

5.474.697

5.508.339

Dekking Algemene uitkering Jeugd

 

Algemene Uitkering transitie Jeugd

s

5.657.578

5.577.131

5.388.448

5.422.089

resultaat Jeugd

-97.906

-86.250

-86.249

-86.250

 

 

nadeel

nadeel

nadeel

nadeel

Jeugdhulp­
­­M.i.v. 1 januari 2015 worden alle vormen van jeugdhulp onder verantwoordelijkheid van gemeenten gebracht. Holland Rijnland heeft in haar startfoto in juni 2013 een schatting gemaakt van de uitgaven per gemeente. Voor Leiderdorp werden de uitgaven geraamd op € 6.118.448. Deze raming is hoger dan de bedragen die wij van het Rijk overgeheveld krijgen. Uit de meicirculaire 2014 blijkt dat Leiderdorp een bedrag van € 5.657.578 ontvangt. Voor Leiderdorp is dit 5% minder dan het bedrag dat in de decembercirculaire 2013 werd genoemd.

Regionaal (specialistische hulp en opdrachtgeverschap)(J1)­
Samenwerkende gemeenten in Holland Rijnland hebben afgesproken om in het kader van de zorgcontinuïteit en het borgen van een goede infrastructuur het opdrachtgeverschap jeugd gezamenlijk te organiseren. Het gaat hier om 80% van het totale budget jeugdhulp wat wij aan middelen overgeheveld krijgen. Van dit bedrag is 1,5% beschikbaar voor de uitvoering van het opdrachtgeverschap en de overige 78,5% voor de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp (pijler 4 van de beleidsnota ‘Hart voor de jeugd’).

Jeugd- en Gezinsteams (J2)­
Met ingang van 1 januari 2015 zal in heel Leiderdorp met een Jeugd- en Gezinsteam gewerkt worden. Dit is conform het beleidsplan ‘Hart voor de jeugd'. Het JGT geeft consultatie en advies en biedt ambulante jeugdhulp en indien nodig schakelt het JGT zelf rechtstreeks jeugdhulp specialisten in, of ondersteuning vanuit andere domeinen. Het doel van het JGT is het verhogen van de kwaliteit van de hulpverlening en de vermindering van het gebruik van (dure) specialistische voorzieningen. De budgetraming (a) is voor de inzet van de professionals van het JGT. Dit is exclusief de lokale kosten van het JGT (extra inzet Kwadraad, de coördinator (d) en de baliemedewerker (e) ). Hiernaast zijn er middelen nodig voor de inzet van lokale behoefte (f) en deskundigheidsbevordering (g). Om het verstrekken van PGB’s zo integraal mogelijk te kunnen vormgeven is er regionaal voor gekozen om het PGB niet uit het regionale deel maar uit het lokale deel te bekostigen. Zo is men niet afhankelijk van het regionale opdrachtgeverschap, maar kan lokaal indien nodig in samenhang met bijvoorbeeld de Wmo een PGB worden verstrekt. Dit neemt wel een extra financieel risico met zich mee (zie risico paragraaf).

ICT: aanschaf/onderhoudskosten/beheer (J3 en J4)­
Voor het uitvoeren van de nieuwe taken en het JGT zullen er nieuwe ICT systemen moeten worden ontwikkeld en/of aangeschaft. Voor de afschrijving en het onderhoud van deze systemen zijn kosten opgenomen. Dit betreft o.a. de wettelijk verplichte aansluiting op de CORV (Collectieve Opdracht Routeer Voorziening).

Uitbreiding beleidsformatie (J5)­
Alle nieuwe taken kunnen niet alleen met de bestaande beleidsformatie worden uitgevoerd. De transitie is met ingang van 1 januari formeel een feit, maar de transformatie van het sociaal domein zal nog enkele jaren voortduren. Hiervoor is extra beleidsformatie opgenomen.

Meerkosten SP71 (J6)­
In de ondersteuning bij verordeningen, contracten, juridische aangelegenheden zal ook in de komende jaren wellicht een beroep moeten worden gedaan op extra ondersteuning van SP71. Hiervoor zullen we rekening moeten houden dat we voor dit meerwerk extra kosten zullen maken. Getracht wordt deze zoveel mogelijk binnen de bestaande afspraken op te vangen.

Totaal resultaat Jeugd en WMO

 

 

2015

2016

2017

2018

totaal resultaat Jeugd en WMO

-59.548

181.397

176.390

175.948

Onttrekking Reserve Zorg, Welzijn, Jeugd en Onderwijs

59.548

 

Storting reserve Zorg, Welzijn, Jeugd en Onderwijs

181.397

176.390

175.948

Participatie budget Beschut

 

2015

2016

2017

2018

Wsw oud

 

2.684.318

2.684.318

2.684.318

2.684.318

Participatie reintegratie

 

349.505

349.505

349.505

349.505

 

 

3.033.823

3.033.823

3.033.823

3.033.823

Aangekondigde korting 

 

33.818

-149.951

-324.520

-464.990

 

 

3.067.641

2.883.872

2.709.303

2.568.833

Frictiekosten wmo

 

2015

2016

2017

2018

Onttrekking reserve Zorg, Welzijn, Jeugd en Onderwijs

-120.000

-90.000

-65.000

 

Storting in reserve 3D transities

 

120.000

90.000

65.000

 

Ga naar boven
/leiderdorp-programmabegroting-2015